M4 Infra
Dit is de inleidende tekst voor M4 Infra
M4 ondersteunt projectenbureau AMSYS van de gemeente Amsterdam bij de ontwikkeling van een model voor het berekenen van de capaciteit van het metronet. Met het OMM (Operationeel Model Metro) kan berekend worden hoe lang de rijtijd en de halteertijd is van een metrotrein en dus ook hoeveel treinen er maximaal per uur kunnen rijden. Ook kan met het model uitgerekend worden hoe hoog de exploitatiekosten en de opbrengsten worden. De modules waarmee de rijtijd en de halteertijd worden berekend zijn ontwikkeld door Jos Meester van M4.
Door aanpassingen aan het spoor tussen Utrecht Centraal en Lunetten moesten treinen naar het spoorwegmuseum in Utrecht sinds enige tijd doorrijden tot aan station Driebergen en dan linkerspoor terug rijden naar Lunetten, vanwaar ze via de Oosterspoorbaan naar het spoorwegmuseum konden rijden. Dit gaf zoveel hinder voor het reguliere treinverkeer dat de "Museumtrein" alleen in de weekeinden en tijdens schoolvakanties kon rijden.
Het Landelijk Meetnet Water (LMW) levert doorlopend informatie over de actuele stand van het waterpeil in de Nederlandse kust- en binnenwateren. Ook stroomsnelheid en afvoer worden in het LMW gemeten.
Rijkswaterstaat wint deze informatie in met standaard meetapparatuur die is opgesteld op 450 meetlocaties. De gegevens worden opgeslagen in een centraal bestand, dat zowel door overheidsdiensten als door het bedrijfsleven geraadpleegd kan worden via o.a. het openbare telefoonnet. Voor een aantal essentiële plaatsen worden deze gegevens getoond.
IVS90 (Informatie- & Volgsysteem Scheepvaart) betreft de gegevens over schepen, hun lading en reis en het aantal personen aan boord alsmede over stremmingen op het (hoofd)vaarwegennet. Rijkswaterstaat gebruikt deze gegevens voor het volgen en begeleiden van de scheepvaart in de Nederlandse (hoofd)vaarwegen.
IVS90 dient voor ondersteuning van de vlotte en veilige doorvaart van de (hoofd)vaarwegen in Nederland en het bekorten van wachttijden voor sluizen en bruggen.
IVS90 is daarnaast bestemd voor hulpverlening bij calamiteiten en ongevallen. Doordat gegevens over schip, lading en aantal opvarenden altijd beschikbaar zijn, kunnen hulpdiensten direct en doelgericht in actie komen. IVS90 kan daarbij een overzicht genereren van tankers met vervangende laadruimte in de omgeving van de incidentlocatie. Zo kunnen persoonlijk leed en schade aan milieu en lading worden beperkt. Noot: de gegevens uit IVS90 worden niet uitgegeven voor belastinginspectie, controles (vaartijden) of bemanningsregelingen, tenzij in een expliciet vooraf aangekondigde actie.
IVS90 biedt bovendien statistische gegevens voor binnenvaartbranche en overheid, om (beider) beleid voor de toekomst af te stemmen.
Schippers geven éénmalig bij het binnenvaren van de Nederlandse (hoofd)vaarwegen hun gegevens door, waarna deze in heel IVS90 bekend zijn en de passage of komst van schepen bij verkeersposten en sluizen bekend is. Het doorgeven van de gegevens geschiedt door ingave in BICS of opgave per marifoon/telefoon aan de dichtstbijzijnde IVS-post (sluis, brug of verkeerscentrale), waar de informatie vervolgens in IVS90 wordt ingevoerd.
De snelwegen worden steeds drukker. Daarmee neemt niet alleen de kans op files, maar het gevaar van ongelukken toe. De doorstroming op het Nederlandse hoofdwegennet dreigt daardoor in de knel te komen.
Dynamisch verkeersmanagement is een middel om de bestaande capaciteit van het wegennet beter te benutten. De veiligheid en doorstroming worden verhoogd, zonder dat er extra asfalt hoeft bij te komen. Dit kan bijvoorbeeld door de weggebruiker te informeren over alternatieve routes en reistijden. Maar ook door dynamische aanpassing van de maximumsnelheid, de inzet van spits- en bufferstroken of toeritdoseerinstallaties.
Bij verkeersmanagement wordt het verkeer vanuit regionale verkeerscentrales bewaakt, geleid en geïnformeerd. De verkeersleiders zorgen dat het verkeer optimaal en veilig kan doorrijden. Verkeerskundigen maken prognoses van de toekomstige verkeersdrukte en bedenken en ontwikkelen verkeerskundige maatregelen. Verkeersleiders en verkeerskundigen worden ondersteund door een scala aan operationele en ondersteunende DVM-systemen.
Centralisering en uniformering van ICT beheervoorzieningen
Door Jolly NachbarJolly Nachbar start met de realisatie van centrale technische beheervoorzieningen voor de afdeling ICT Service Management van Rijkswaterstaat. Deze voorzieningen zijn noodzakelijk om de reorganisatie binnen de afdeling ISM beheer mogelijk te maken. De afdeling ISM beheer is een landelijke afdeling binnen de Data en ICT dienst van Rijkswaterstaat.
Het project realiseert technisch verandering binnen het Wide Area Netwerk van Rijkswaterstaat en levert werkplekken op basis van het Thin Client model. De voorzieningen dragen bij aan de strategisch doelstelling van de Data en ICT dienst om met verdere professionalisering uniformering en standaardisering van werkwijze mogelijk te maken.
De projectactiviteiten omvatten voornamelijk de inrichten van een integrale beheeromgeving van onder andere de kantoorautomatisering RWS, het verkeers Informatie en communicatie netwerk (VICnet), het informatie volgsysteem voor scheepvaart (IVS90) en landelijk Meetnet Water (LMW).
Het project omvat de volgende faseringen: • initiatiefase; • global- en detail design; • changemanagement ten aanzien van bestaand netwerkcontract; • migratie naar nieuwe beheeromgeving.
Verbetering Dynamisch Verkeersmanagement bij Rijkswaterstaat
Door Jolly NachbarRijkswaterstaat werkt aan de verbetering van het dynamisch verkeersmanagement (DVM). Door verhoging van de beschikbaarheid van DVM systemen zal de doorstroming en veiligheid van verkeer op het hoofdwegennet verbeteren. M4 Professional Jolly Nachbar is als projectmanager belast met de aansturing van een aantal deelprojecten, van initiatie tot implementatie.
De Willemsspoortunnel in Rotterdam heeft steile hellingen, waardoor voor goederentreinen extra risico’s aanwezig zijn. Als een goederentrein bijvoorbeeld tot stilstand komt in de tunnel is de kans groot dat deze niet meer op eigen kracht de tunnel uitkomt. Een ander risico is de kans op het breken van een goederentrein. Als dit op een opgaande helling gebeurt zou het afgebroken deel terug kunnen rollen richting de volgende trein en daarmee in botsing kunnen komen. Om deze risico’s te reduceren is er bij de ingebruikname van de tunnel een bepaald veiligheidsregime ingevoerd, het zogenaamde X/G regime. Het X/G regime houdt in dat een goederentrein de tunnel pas in mag als de hele tunnel vrij is, zodat de kans dat de trein moet stoppen en daardoor in de tunnel strandt gering is. Een andere maatregel is dat de trein na een goederentrein de tunnel pas in mag als de goederentrein de tunnel geheel heeft verlaten, waardoor deze niet in botsing kan komen met een mogelijk afgebroken treindeel.
Het projectbureau AMSYS van de dienst IVV (Infrastructuur, Verkeer en Vervoer) van de gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het metrosysteem op de toekomst. Uit studies blijkt dat het aantal gebruikers van de metro de komende 10 jaar enorm toe zal nemen. Om voorbereid te zijn op deze toename dient het metrosysteem gemoderniseerd te worden. Hiertoe wordt onder anderen een studie uitgevoerd naar het toe te passen treinbeveiligingssysteem.